maandag 25 augustus 2014

Een overweging voor G1000-gangers


In de laatste week van augustus (2014) krijgen alle Udenaren een brief. Van burgemeester Hellegers. Waarin hij zijn plaatsgenoten attent maakt op de G1000 Uden, op zaterdag 4 oktober 2014. Wat het is. En of ze zin hebben om mee te doen.


David van Reybrouck

Prima, maar het is niet helemaal wat David van Reybrouck, de Belgische schrijver die in 2011 de eerste G1000 in Brussel organiseerde, voor ogen had. Toen werd er geloot. Mochten kortom niet alle inwoners van een bepaalde stad meedoen, maar alleen degenen die via het toeval waren uitgeloot. Een klein, maar significant verschil. Waarschijnlijk zal Van Reybrouck er mee kunnen leven. Allereerst omdat hij als goed democraat weet dat 'zijn' methode niet van hem is, en dat het elk organiserend comité vrij staat er haar eigen draai aan te geven. Verder gaat het bij Van Reybrouck niet zo zeer om de methode als wel om het resultaat. Zijn opzet en doel was en is om binnen de bestaande (starre) wettelijke kaders te gaan experimenteren met vormen om burgers weer meer bij het democratisch proces te betrekken. En als men in Uden meent álle burgers van 16 jaar en ouder uit te nodigen, so be it. Misschien slaagt men er op deze manier in om inderdaad duizend mensen (en dat is erg veel op een inwoneraantal van circa 40 duizend) bij elkaar te brengen. Uiteraard weet de organisatie dat door deze methode waarschijnlijk de mensen die normaliter al betrokken zijn bij democratische 'zaken' oververtegenwoordigd zullen zijn. En - het tegendeel daarvan - mensen die niets van 'de politiek' moeten hebben navenant ondervertegenwoordigd. Maar aan de andere kant: op dit moment zijn er in Uden geen duizend mensen actief lid van een politieke partij.


G1000 als voorzichtig begin

David van Reybrouck heeft op zeker moment gemeend om in België een soort burgerforum bij elkaar te roepen. Burgers bij elkaar brengen om te gaan praten over zaken die voor hen van belang zijn. Waar ze mee zitten. Waarvan men vindt dat 'er iets' mee moet gebeuren. Een soort superpanel dat suggesties richting de lokale politiek aanreikt om mee aan de slag te gaan. Hij wist toen al dat het gerommel in de marge is. Maar beter iets doen, dan aan de zijkant blijven staan. Niet langer afgeven op 'de politiek' die niet meer begrijpt wat burgers willen. In 2013 heeft hij zijn ideeën over het democratisch niet-optimaal-functioneren neergelegd in een boek: Tegen verkiezingen. Zoals de titel aangeeft heeft een deel van de oplossing (voor het niet optimaal functioneren van onze democratie) te maken met de manier waarop we in ons huidig model onze politici en bestuurders kiezen. Via een systeem waarin alles draait om  verkiezingen voor onze gemeenteraden, provinciale staten of Tweede kamer.

Het fundamentele probleem
In Tegen verkiezingen komt hij op zeker moment met voorstellen. Maar hij begint met een uitvoerige analyse. De kern daarvan is dat Van Reybrouck, samen met anderen, concludeert dat ons huidig politiek systeem overbevolkt wordt door mensen die ... lid zijn van een politieke aprtij. En alleen als je daarvan lid bent, kun je gekozen worden voor een zetel in gemeenteraad, provinciale staten en Tweede kamer. En, daarvan afgeleid, maak je kans om als wethouder, gedeputeerde staten of minister op 'het pluche' plaats te kunnen nemen. En, nog verder daarvan afgeleid, wordt je gevraagd burgemeester te worden. Of (nog verder weg) kom je na je politieke carrière terecht in raden van bestuur, ngo's, controlerende organen.
Om een lang verhaal kort te maken. David van Reybrouck constateert dat er in Nederland (en België) een relatief kleine kaste is die aan de touwtjes trekt. Dat is nog meer een probleem omdat het gros van deze mensen (de laatste jaren) steeds meer qua achtergrond naar elkaar toe zijn gedreven. Het gros van onze bestuurders (politici en leidinggevenden op allerlei posities in de samenleving) is hoogopgeleid en leeft ongeveer in dezelfde wereld. Laagopgeleide en relatief arme mensen zijn zwaar ondervertegenwoordigd. Hoofdconclusie van hem (en een Willem Schinkel of Marc Chavannes) is dat door ons politiek systeem geen juiste afspiegeling van de bevolking tot stand komt of kan komen. En alle varianten die de laatste jaren (decennia) zijn voorgesteld om daaraan iets te doen (referenda, gekozen burgemeester) helpen daar (als ze al zouden zijn aangenomen) niets aan. De kern van het probleem is dat we als samenleving (zeg alle kiesgerechtigde burgers) mogen vissen uit een zeer kleine vijver. Waarin hoogopgeleide mannen (en minder vrouwen) zwaar oververtegenwoordigd zijn.

Teruggrijpen op oude methodieken
Vervolgens beschrijft Van Reybrouck manieren waarop in het verleden burgers bij het democratisch proces werden betrokken. Van Reybrocuk is de eerste om aan én toe te geven dat het vroeger ook niet ideaal was. Vroeger mochten slechts rijke mannen mee doen aan het proces. Vrouwen en arme mensen (horigen, slaven en 'paupers') telden niet mee. Dat doen ze wel sinds in het begin van de twintigste eeuw overal in het Westen wetten werden aangepast om 'iedereen' mee te laten doen. Velen mochten vanaf dat moment stemmen én zich beschikbaar stellen om verkozen te worden. Een verbetering. Evident.
Maar van Reybrouck constateert dat al in de (Griekse) oudheid andere methodes werden gebruikt om burgers bij het proces te betrekken. Hoe? Door loting. Gerespecteerde burgers kregen regelmatig het verzoek (na door loting te zijn 'gekozen') om gedurende enige tijd zitting te nemen in een bepaald orgaan. Om wetgeving te maken, daarover te stemmen, controle uit te oefenen op regeerders of om zitting te nemen in een jury die moet bepalen of iemand verantwoordelijk is voor bepaalde (niet toegestane) daden.
Elke burger zat onregelmatig in dit soort organen. Een cruciale zin in het boek van Van Reybrouck is: geregeerd worden en zelf regeren.In die dagen was het moeilijk om je hele leven beroeps-politicus te worden, zijn of blijven

Geregeerd worden en zelf regeren

Zijn voorstel is om binnen ons huidig parlementair systeem - via loting mensen gedurende enige jaren van hun leven zitting te laten nemen in bepaalde organen - niet haalbaar. Talloze wetten moeten daarvoor aangepast worden. Dat gaat jaaaaaaaren duren. Dus resteert niets anders dan te experimenteren binnen de bestaande kaders. Kern daarvan is dat het alleen kan naast de bestaande procedures. Als de huidige politieke 'kaste' zich realiseert dat er wel degelijk een democratisch tekort is. Dat zij zich realiseren dat zij - helaas - niet iedereen vertegenwoordigen. Wel volgens de procedures en de kleine lettertjes van de wet, maar in de praktijk niet voldoende. Het lijkt er op dat 'de politiek' en anderen (wetenschappers, journalisten en betrokken burgers) zich dit langzaam beginnen te realiseren. Aan het enthousiasme waarmee een G1000 wordt ontvangen lijkt het er op dat 'de bevolking' wel iets ziet in andere manieren om 'haar boodschap' bij de dames en heren politici neer te leggen.

Een verantwoordelijke positie
Een 'schaduwzijde' van dit G1000-gebeuren is dat deelnemers zich tijdens dit proces zullen (moeten) gaan realiseren dat politiek bedrijven inhoudt dat je keuzes moet maken. Iedereen die denkt dat de G1000 niet meer of minder is dan het formuleren van een boodschappenbriefje. Dat bij 'de politiek' hoeft te worden afgeleverd en dat 'zij' dat vervolgens hoeven te gaan uitvoeren, vergist zich. Een positief bij-effect van de G1000 zal (en moet) zijn, dat politiek in the end over het afwegen van belangen gaat. We hebben een probleem. Er zijn mogelijke vormen om het op te lossen. En we kunnen slechts één beslissing nemen. En slechts één keer 'ons' geld uitgeven. Er moeten kortom keuzes gemaakt worden. Belangen afgewogen. Van Reybrocuk en andere criticasters van ons huidig model hopen wel dat door hun methode (waarin de groep die moet beslissen diverser qua samenstelling wordt) er 'betere' beslissingen worden genomen. Althans, beslissingen die een breder draagvlak hebben als nu vaak het geval is.

Een gedachtenexperiment
Enkele jaren geleden verscheen van Floris van den Berg Filosofie voor een betere wereld. Deze filosoof presenteert in dit boek een model dat iedereen die deel gaat nemen aan een G1000-bijeenkomst of 'de politiek' zou moeten kennen. En proberen de aangereikte gedachte 'mee te nemen'. Dat zal niet meevallen, want Van den Berg reikt een vervelend vehikel aan. Dat je confronteert met jezelf. Je eigen belangen. Hoe je naar de wereld kijkt. En op basis daarvan besluiten neemt en handelt. Het model is één groot blik in de spiegel. Hij heeft het model niet zelf bedacht maar er een eigen 'draai' aan gegeven. Hij bouwt kortom voort op de gedachten van reuzen voor hem. En geeft dat ook toe.

Universeel subjectivisme
Floris van den Berg presenteert op zeker moment - na een analyse gemaakt te hebben van 'onze wereld', met haar vele problemen - zijn model. Hij noemt zijn methode universeel subjectivisme. Stel je voor dat er ergens een machine zou zijn. Waaraan - zeg - een honderdtal knoppen zitten. Elke knop heeft een relatie met een bepaalde 'hoedanigheid' in de wereld. En door aan een knop te draaien kun jij - als mens - bepalen hoe 'de ideale' stand voor die hoedanigheid zal zijn. Van den Berg formuleert het als volgt:
Stel je voor dat jij alleen zou mogen bepalen hoe de samenleving wordt georganiseerd. Jij mag de wetten en de regels bepalen, hoe de belasting wordt geïnd, wat de instituten zijn en hoe die zijn georganiseerd. Alles wat mogelijkerwijs te regelen valt, mag jijzelf regelen. Je hebt een enorm controlepaneel onder handbereik met allerlei knoppen en schuiven. Er is bijvoorbeeld een knop met 'belasting' die je hoger of lager kunt draaien. Een knop met 'sociale zorg'. Er zijn grote knoppen en kleine knoppen voor fine tuning. () Je zit daar in de sky box met het controlepaneel voor je en je stelt de parameters van de samenleving naar eigen inzicht in. Er is echter één belangrijk gegeven: vast staat dat jijzelf in de door jouw georganiseerde samenleving terecht zult komen, maar - en dit is de crux!! (HvD) - je weet niet in welke hoedanigheid. Het gedachte-experiment nodigt je uit om te formuleren hoe de samenleving zo goed mogelijk ingericht kan worden, rekening houdend met de slechts denkbare posities. het gaat om het maximaliseren of optimaliseren van de  slechts mogelijke (minimale) posities.


Terugkomen in een andere hoedanigheid

Nadat je alles hebt ingeregeld wordt je opnieuw geboren en wordt in jouw ideale wereld geworpen. Maar in een andere hoedanigheid (vrouw), op een andere plaats (Somalië) en tijd (de Middeleeuwen). Dan kun én zul je ervaren hoe ideaal jouw zelf ontworpen wereld zal zijn. Valt waarschijnlijk tegen. In zijn boek voert Floris iemand in een rolstoel op. Een vrouw in Saoedi-Arabië, een homoseksueel, een koffieboer in Ethiopië, een koe (!) of iemand die pas over 500 jaar na nu terugkeert.
Het gedachten-experiment van Floris van den Berg is afgeleid van de bekende Engelse filosoof John Rawls. Die in 1971 in zijn boek A Theory of Justice met 'zijn' sluier van onwetendheid (veil of ignorance) kwam. Een sluier die pas wordt weggetrokken nadat je jouw ideale wereld hebt 'samengesteld'. Die sluier verhinderde dat je de wereld kon zien zoals die is. Trek je die weg dan zou je tot de conclusie kunnen komen dat 'jouw' wereld toch niet zo ideaal is.
Beide heren gebruiken dit experiment om mensen te laten nadenken over wat rechtvaardig is. Of een 'goede' wereld.
Cruciaal hierin is de sluier van onwetendheid. Die sluier verhindert dat degenen die de principes kiezen voor de basisstructuur van een rechtvaardige samenleving, zien welke maatschappelijke positie ze zelf in zullen nemen. Ze weten niet of ze rijk of arm, man of vrouw, wit of zwart zullen zijn, noch welke levensbeschouwing, esthetische voorkeur en talenten ze zullen hebben. (René Gabriels in het lemma over John Rawls in de bundel Filosofen van deze tijd, 12e herz. dr. 2014)


Empathie

Uiteindelijk draait het hier om. Politiek gaat om het nemen van beslissingen. Er moeten keuzes gemaakt worden. Dat doen burgers en politici vanuit hun achtergrond. De manier waarop ze naar de samenleving kijken, ideeën over wat belangrijk en rechtvaardig is. Van den Berg, Rawls en (waarschijnlijk) Van Reybrouck weten dat politiek echter meer (zou moeten) zijn dan opkomen voor en verbeteren van je eigen belangen. Je zult rekening dienen te houden met de belangen van anderen. Je inleven in de gevolgen van een bepaalde beslissing voor anderen dan jezelf of je eigen achterban. Moeilijk. Erg moeilijk. Maar bijeenkomsten als een G1000 en andere experimenten met 'ons' democratisch proces hebben ook te maken met het vergroten van dit 'empathisch vermogen'. Daarover wordt de laatste tijd 'verdacht' veel geschreven en gepubliceerd.

Oefenen voor een andere tijd?
De G1000 in Uden - en binnenkort in andere plaatsen - maakt deel uit van een grote golf, dat overal in de samenleving verontruste burgers zelf het heft ter hand nemen. Mensen die zich realiseren dat bepaalde zaken niet ideaal zijn, noodzakelijke veranderingen (of experimenten) niet van bovenaf komen en daarom beginnen ze 'zelf' maar. Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk heeft de mens(heid) zich de laatste tienduizend jaar doorlopend aan veranderende omstandigheden aangepast. Moeten aanpassen. Maar momenteel leven we volgens andere denkers - zoals hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans - niet in een gebruikelijk tijdsgewricht met veranderingen maar zitten we midden in een verandering van tijdperk. Een belangrijk onderdeel daarvan is het aanpassen van ons democratisch systeem. Dat - en daar zal niet iedereen het mee eens zijn - lijkt te zijn vastgelopen. De G1000 Uden is een manier om te oefenen voor een andere tijd. Niet: een betere.

Meer lezen over empathie?
Floris van den Berg. Filosofie voor een betere wereld (2009)
Brené Brown. De kracht van kwetsbaarheid : heb de moed om niet perfect te willen zijn (2012/2013)
Brené Brown. De moed van imperfectie : laat gaan wie je denkt te moeten zijn (2010/2013)
Susan Cain. Stil : de kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen (2012)
Giovanni Frazzetto. Waarom we voelen wat we voelen : wat hersenwetenschap ons wel en niet kan vertellen over onze emoties (2013/2014)
Christian Keysers. Het empathische brein : waarom we socialer zijn dan we denken (2011/2012)
Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir. Schaarste : hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (2013)
John Rawls. Een theorie van rechtvaardigheid (1971/2006)
David Van Reybrouck. Pleidooi voor populisme : pamflet (2008)
David Van Reybrouck. Tegen verkiezingen (2013)
Frans de Waal. Een tijd voor empathie : wat de natuur ons leert over een betere samenleving (2009)
Frans de Waal. De bonobo en de tien geboden : moraal is ouder dan de mens (2013)


klik hier voor het blog G1000Bibliotheek, waar u naar boeken  en andere informatie-bronnen wordt verwezen over onderwerpen die op een G1000 aan de orde zouden kunnen komen.

Andere websites
G1000 Amersfoort (22 maart 2014) 
G1000 Uden (4 oktober 2014)
G1000 Amsterdam   (burgertop Amsterdam) (datum nog niet bekend)
G1000 Brussel (11-11-2011)
G1000.Nu  (een platform voor heel Nederland) (?)

Zomergasten 2014
Op zondag 24 augustus was David van Reybrouck de laatste zomergast van het seizoen 2014. Tijdens deze wonderbaarlijk mooie uitzending sprak hij kort over zijn bemoeienissen met de G1000. Belangrijkste conclusie is dat hij zelf zich van dit project gaat terugtrekken. Hij heeft - meent hij (terecht!) genoeg munitie aangedragen waarop anderen voort kunnen bouwen. Hij gaat ergens anders in de samenleving 'oefenen'. Klik hier voor deze uitzending.

(maandag 25 augustus 2014)
Hans van Duijnhoven


donderdag 10 juli 2014

De kracht van verhalen

Op maandag 23 juni 2014 hield sociologe Christien Brinkgreve in de aula van de Utrechtse Universiteit haar afscheidsrede. Dat korte college ging over De kracht van verhalen. Kort daarvoor was haar boek Vertel : over de kracht van verhalen verschenen. In de jaren daarvoor had ze in andere boeken (De ogen van de ander, uit 2009, en Het verlangen naar gezag, 2012) ook al opmerkingen over verhalen gemaakt.
Toen we in het voorjaar van 2014 besloten om voor de Nederlandse Openbare bibliotheeksector een congres te organiseren over het belang van verhalen én de rol die bibliotheken daarin volgens ons hebben te spelen, benaderden we haar als eerste spreker. Ze sprak in februari van dit jaar in de Groene Engel in Oss over haar boek Het verlangen naar gezag in relatie tot het jaarthema Oefenen voor een andere tijd. Die middag gaf ze aan open te staan voor dat aankomende congres. Vervolgens gingen we op zoek naar andere sprekers, die vanuit een andere achtergrond ook iets zinnigs te melden hebben over 'De kracht van verhalen'. Klik hier voor het programma voor deze bijeenkomst op dinsdag 30 september 2014.

Waarom organiseert een Openbare Bibliotheek zo'n congres?
Ligt het niet meer voor de hand dat een faculteit taal- en letterkunde van een universiteit dat doet? Of een debatcentrum in Amsterdam? Een krant?
Om te beginnen heeft het te maken met de notie die we in Noord Oost Brabant hebben dat een bibliotheek moet proberen mensen in haar werkgebied na te laten denken over maatschappelijke ontwikkelingen. En ieder mens die daar mee bezig is, zal - noodgedwongen of uit vrije wil - op zeker moment terug moeten vallen op boeken. Fictie en non fictie. Die een bibliotheek kan leveren. Niet alles is te koop of als (illegale) download verkrijgbaar. Maar belangrijker is dat een bibliothecaris in staat is relevante boeken (of filmpjes, websites, songs, blogs) aan te reiken. Ze in een context te plaatsen. En daaromheen uiteenlopende zaken te programmeren. Denk aan een (ouderwetse) literatuurlijst, een lezing, tentoonstelling, presentatie, cursus, workshop, debat, excursie et cetera. Maar, en daar gaat het in dit verband (De kracht van verhalen) om, dit kan alleen als je als bibliotheek zelf een 'soort verhaal' voor jouw 'omgeving' hebt. Benoemt. Neerzet. Een woord of zin of een iets langere tekst. Die richting geeft. Je als het ware dwingt om binnen dat verband te (gaan) werken. In onze regio doen we dat sinds een jaar of tien. We zoeken een (breed maatschappelijk) thema, plakken daar een pakkende (althans, dat is de insteek) titel op (voilá 'ons verhaal') en gaan aan de slag. Go, make something happen.

Een analyse
Maar dat kan alleen als je als bibliothecaris bereid bent te volgen wat zich in de samenleving afspeelt. Niet een beetje. Er - zoals veel medelanders - globaal kennis van neemt. Nee. Je moet als programmerende (of om binnen het kader van het congres te blijven: verhalen vertellende) bibliothecaris - helaas (maar ik betrek de stelling: gelukkig) - veel lezen. In je 'eigen' vrije tijd. Niet met tegenzin. Nee.

Doorlopend benieuwd naar nieuwe 'dingen', ontwikkelingen, trends. Wetend dat je er nooit in zult slagen om 'alles' te volgen. Tot je te nemen. Je zult het moeten doen met wat je op je pad aantreft. En dan - erg belangrijk - een standpunt in te nemen. Een conclusie te trekken. Niet 'het' standpunt. Nee, 'een' standpunt. Dat later aangepast zal (moeten) worden. Ook wetend dat dit standpunt per definitie subjectief is. Objectiviteit bestaat niet. Wat wel kan - én moet - is om dat standpunt vervolgens zo breed mogelijk uit te werken. Naar voren te halen. Zo neutraal mogelijk. Vanuit verschillende gezichtspunten aanvliegen. Dat is niet gemakkelijk, want ieder mens is behept met vooroordelen, zit opgesloten in zijn of haar filter bubble. Een deel van de oplossing zit in het team dat binnen een bibliotheek zo'n jaarthema uit gaat werken. Zorg dat het divers is. Qua samenstelling en kijk op de werkelijkheid! Vul elkaar aan. Roep indien nodig elkaar tot 'de orde'. Kweek een stamgevoel. We stand as one.

Waarom juist nu een congres over verhalen vertellen
De belangrijkste reden is dat je overal om je heen kunt opsnuiven dat 'de mensen' snakken naar een ander verhaal. Niet een nieuw verhaal. Of een beter verhaal. Dat is aanmatigend. Reclametaal! Elk verhaal dat op zeker moment komt bovendrijven is op het moment van ontstaan 'het beste' verhaal. Want waarom zou een ander of nieuw verhaal ontstaan dat vanaf het begin 'slecht' is.

Wat wél waar is dat elk verhaal op zeker moment iets (of veel) van haar glorie verliest. Aan kracht inboet. Sleets wordt. Er is nog geen ander verhaal, maar het oude (o zo vertrouwde) is 'op'. En in meerdere of mindere mate wordt uitgekeken naar een ander verhaal. Dat zweeft ergens in de coulissen, maar is nog niet opgepimpt tot hét verhaal, dat het gros van de burgers aanspreekt. Waarin ze zich kunnen of willen vinden. Waar ze warm voor lopen. Voor willen gaan.

Een interbellum
Naar onze mening leven we nu in zo'n periode. Een soort interbellum. Het oude verhaal is over. Is niet wervend meer. Mensen lopen verdwaasd rond. Waar staan we. Gaan we naar toe. Binnen onze regio noemen we dit Oefenen voor een andere tijd. Iedereen die een beetje de maatschappelijke ontwikkelingen volgt weet dat we midden in een grote transitieperiode zitten. Al het oude, vertrouwde staat op omvallen. Gaat veranderen. Is deels al veranderd. Alleen is er geen dragend verhaal. Dat door de meeste burgers wordt gedeeld, onderschreven. Overal veranderen dingen. Maar meestal zonder kompas. Afgedwongen door externe oorzaken. "Het financieringstekort!", "Het moet van Europa", "Dé vergrijzing", "Help, de Chinezen komen" "Het klimaat verandert" Soms ook omdat burgers in hun eigen 'kleine' kring aanvoelen dat 'dingen' anders moeten. Starten dingen op die (soms) haaks staan op 'het oude verhaal'. Oefenen met een ander thema, verhaal. Op hun gevoel. Niemand heeft hun daartoe opdracht gegeven. Of aangezet. Al oefenend zullen alle oefenaren ongewild bijdragen aan het tot stand komen van een ander verhaal. En later zal iemand opstaan en formuleren wat het andere verhaal is. Uiteraard zijn er mensen die dit aanvoelen en al pogingen ondernemen om dat andere verhaal als het ware uit de lucht te plukken en in woorden neer te zetten. De mensen achter de TrendRede behoren tot die groep. Maar ook Christien Brinkgreve. Of Joke Hermsen. Paul Verhaeghe. Dirk De Wachter, Michael Sandel. Rutger Bregman. Peter Sloterdijk. Thomas Decreus. Schrijvers, denkers, sociologen. Mensen die op hun manier ook al jaren lang onze samenleving en tijd volgen. Een analyse maken. Een deel van het grote andere verhaal aandragen. Interessant om te volgen. Kennis van te nemen. Als bibliothecaris mee te nemen in jouw poging mensen in jouw werkgebied kennis te laten nemen van deze ontwikkelingen. Klik hier voor een literatuurlijst met boeken over onze veranderende samenleving.

Ondertussenheid en een kansenwalhalla
Trendstrateeg en beeldbouwer (what's in a name!) Caroline Beekhoff formuleerde het onlangs mooi. Ze ziet onze tijd als een feestelijke periode. Waarom?
Feest omdat we het keerpunt rond het dal steeds verder achter ons laten; en feest vanwege de huidige 'tijd van ondertussenheid': een kansenwalhalla voor elk van ons.

Hieronder volgen een groot aantal citaten uit boeken waarin ingegaan wordt op het belang van verhalen voor een samenleving als de onze die in een transitiefase zit

Verhalen hebben een uitwerking
Verhalen doen veel. Ze hebben hun uitwerking op anderen, maar ze betekenen vooral veel voor degenen die ze vertellen. Ze brengen lijn in het leven, een grotere eenheid en consistentie, wat orde in de chaos kan geven, een gevoel van autobiografische eenheid in de wirwar van ervaringen en gebeurtenissen. Het eigen verhaal geeft mensen een duidelijker gevoel van wie ze zijn en waar ze staan (plaatsbepaling, betekenisgeving, zelfdefiniëring). Het verhaal als visitekaartje, voor anderen, maar vooral voor zichzelf: 'Dit ben ik, dit is mijn verhaal',  en dat wordt dan algauw, slechts een stapje verder: ik ben mijn verhaal. Mensen gaan leven naar hun verhaal: ze zien duidelijker wat kenmerkend voor ze is, en gaan in die sporen verder. (Brinkgreve. De ogen van de ander, p. 69-70)

Het citaat hieronder gaat óók op voor de bibliothecaris!
De schrijver dringt in een verhaal binnen door te vertellen wat er ontbreekt. Een psychoanalyticus doet dit door goed te luisteren, ook naar wat onverteld blijft, en helpt dit onder worden te brengen. Een socioloog leest, kijkt en luistert met een alert oog voor wat er in een cultuur, en binnen mensen, verdrongen wordt, en verbindt biografie en samenleving. Wat ze gemeen hebben is het oor en oog voor tegenspraak, voor ontstemming en ontregeling - voor de dissonanten van de tijd, die de kiemen kunnen vormen voor een ander verhaal. (Brinkgreve. Vertel, p. 70-71)

Het verhaal als bouwwerk
Het verhaal als bouwwerk, het is een beeld dat zich aan me opdringt: een gebouw waarin je kunt leven, dat beschut en beschermt tegen weer en wind, waarin soortgenoten wonen en dat de vijand buiten kan houden. Het behoud van dit gebouw vraagt om een voortdurende inspanning: het moet gestut, verfraaid en soms gerestaureerd worden. Er komen nieuwe vertrekken bij en andere worden afgestoten. Het fundament blijft hetzelfde, evenals de grondstructuur, maar de invulling varieert. (Brinkgreve. Vertel p. 144-145)

Barack Obama
In zijn eerste inauguratietoespraak hield Barack Obama in 2009 zijn gehoor voor dat elke generatie een bepaalde taak op zijn of haar bord krijgt. Een grote hobbel die overwonnen moet worden. Niemand heeft om die opdracht gevraagd, maar we moeten iets doen met de slaven, Europa te hulp schieten in de Eerste én Tweede Wereldoorlog of de zwarten in ons land meer rechten geven. Obama weet dat we in het begin van de 21e eeuw weer voor grote opgaven staan. Hij bepleit een houding om daar mee om te gaan. Kort en bondig komt dit er op neer dat je als burger in het leven staat. Je zelf een beetje weg kunt cijferen. Bereid bent zonder talmen of met veel tegenzin alles te doen wat in jouw macht ligt. Obama vertelt een verhaal. Een verhaal waarin het iets meer om de gemeenschap draait, en minder om ons aller ik-gevoel. Christien Brinkgreve en andere denkers spreken zich elk op hun manier ook enigszins in die richting uit.

Gebruik metaforen, visualiseringen en verhalen
In 2012 verscheen Cocreatief leiderschap : mierenspel van Yves Larock & Sven De Weerdt. Een praktische gids voor iedereen die binnen een bedrijf vanuit een leidinggevende rol bezig moet zijn met veranderingen. Uit een van de laatste paragrafen het volgende citaat: Het effect van verhalen
Werken met verhalen heeft nog enkele andere effecten. () Verhalen raken snaren die via rationele uiteenzettingen veel minder snel gaan vibreren. Ten opzichte van een rationeel betoog zal een verhaal langer resoneren in de geest van de luisteraar. () Verhalen werken bovendien verbindend. Verhalen verbinden verleden, heden en toekomst. () Ook verbinden verhalen mensen. Omdat ze zich gezamenlijk in een verhaal herkennen, ze er samen door geraakt worden, ze gelijktijdig luisteren naar en betekenis geven aan het verhaal. Of omdat ze samen terugreizen naar het verleden of samen vooruitblikken naar de toekomst. (Larock. p. 81)

Een ander verhaal
Hoog tijd dus voor een ander verhaal dat zich aan het ontwikkelen is, met bijdragen van sociologen, filosofen en psychoanalytici. Een aantal kritische tijdsdiagnoses legt de vinger op dezelfde zere plekken: op de ziekmakende systemen die mensen overbelasten, marginaliseren, overbodig verklaren, beroven van zin, ontdoen van betekenis. Ze wijzen op de vervreemdende arbeid door de automatisering van het werk, de hiërarchische structuur waarin mensen werken en waarbinnen ze weinig te vertellen hebben, het verlies van de band met hun werk of met het bedrijf waar ze werken. Het kwaad wordt door denkers als Richard Sennett (socioloog), Hans Achterhuis (filosoof), Paul Verhaeghe (psychoanalyticus) en Michael Sandel (politiek filosoof) gelegd bij wat de 'neoliberale markteconomie' wordt genoemd. Hoe verschillend ook hun achtergrond, hier klinkt een verwante melodie. (Brinkgreve. Vertel, p. 59)

Diagnoses
Wat zijn diagnoses die nu veel voorkomen? Hoog scoren in elk geval depressie, dissociatieve stoornissen, borderline, narcisme, ADHD, en deze worden met een aantal vaste thema's in verband gebracht, zoals instabiel zelfgevoel, leegte, gebrek aan houvast, zinloosheid, sociale uitsluiting; begrippen die verwijzen naar anderen, naar een context, en die ook iets aangeven van de beleving van mensen. Thema's die onderdeel vormen van een verhaal over gezinsverhoudingen en arbeidscondities, over een cultuur van onbegrensdheid en de eisen van de tijd. Over het aan de kant schuiven van mensen omdat ze oud zijn of improductief worden gevonden. (Brinkgreve. Vertel p. 62-63)


Kritiek op het 'neoliberale marktdenken'
Ik denk dat er nog iets anders verdrongen wordt; het besef dat mensen sociale wezens zijn, afhankelijk, aanhankelijk, gevormd door anderen, en op anderen aangewezen om in leven te blijven. Het is wonderlijk dat een zo cruciaal besef, dat een steeds terugkerend thema vormt in de geschiedenis van het denken en handelen, zo is weggevaagd, verdreven door het individualiserende denken dat hoort bij de ideologie van de vrije markt. Een ideologie die net zo indringend lijkt te zijn als vroeger het katholicisme, met zijn invloed op gedrag, moraal en identiteit. En ongemerkter, omdat het neutraal lijkt, objectief, een rationele manier van denken en doen, gefundeerd op wetenschappelijke inzichten. Volgens deze ideologie is de markt een goed en rechtvaardig instrument dat mensen ten goede komt, kunnen mensen in vrijheid kiezen en handelen, en is het economisch nut de belangrijkste waarde en de beste meetlat voor politieke afwegingen en beslissingen. Op een vanzelfsprekende manier wordt de samenleving - het werk, het onderwijs, de manieren van denken en oordelen - dienstig gemaakt aan de economie, en gereduceerd tot het vraagstuk van economisch nut. (Brinkgreve. Vertel p. 65-66)
Een nieuw verhaal
Deze kritiek op het neoliberale marktdenken is niet nieuw, maar vindt in deze tijd krachtige en overtuigende vertolkers. Deze kritische beschouwingen kunnen het uitgangspunt vormen voor een nieuw verhaal, waarin andere begrippen domineren zoals solidariteit, verantwoordelijkheid, betrokkenheid. Het begrip kwetsbaarheid doet weer mee, als tegenwicht tegen virulent machogedrag. (Brinkgreve. Vertel p. 66)

Andere woorden treden naar voren
Het neoliberalisme, aldus de kritische beschouwers, leidt tot uitputting van de natuur en van mensen - denk aan de roofbouw op de aarde en de grote toename van psychische klachten -, de bronnen van onbehagen waarmee dit hoofdstuk begon. Er komen andere woorden op, zoals verbinding, duurzaamheid, balans, energie, empathie, betrokkenheid, verantwoordelijkheid: relationele woorden die passen in een ander verhaal, het verhaal over het belang van de context, van anderen die tot steun kunnen zijn of demoraliserend kunnen werken, over het belang van erkenning en van ergens bij horen voor een gevoel van eigenwaarde en betekenis. (Brinkgreve. Vertel p. 68)

In een verhaal geloven
De vraag naar de waarheid doet hier niet ter zake, mythen worden ervaren als werkelijkheid. () Zoals de antropologe Jet Bakels schrijft: 'Believing a story does not depend on proof but on meaning. [..] A story is trustworthy if it fulfills the purpose of giving moral guidance. It is not so much a matter of believing because it can be proved, but of believing because it can be felt, because one can benefit from it morally.' (Brinkgreve. Vertel p. 83)

De bezielende kracht van verhalen
Onze geseculariseerde samenleving heeft een andere verhouding tot mythen. We hebben de goden verjaagd, de wereld onttoverd, en leggen ons toe, met ons geloof in wetenschappelijk denken, op het ontmaskeren van mythen. Een niet te onderschatten winst, als je bedenkt hoeveel slachtoffers mythen kunnen maken, lopend van verkeerde diagnoses bij kraamvrouwenkoorts tot destructieve sociale mythen waarin bevolkingsgroepen tot bron van het kwaad worden uitgeroepen, en verdelgd.
Maar onderschat wordt de bezielende kracht van verhalen, die tot voorbeeld kunnen strekken, de saamhorigheid versterken en mensen weer zelfvertrouwen geven; of die de patronen en systemen laten zien waarin mensen verwikkeld zijn - andere mensen die anders leven en een andere geschiedenis hebben. Verhalen die motieven kunnen blootleggen, verzwegen kanten laten zien zoals angst, vernedering, wraakzucht; of die de blik verruimen, de eigen gewoonten relativeren, en de empathie voor anderen vergroten. (Brinkgreve. Vertel, p. 87-88)
Alles is verhaal, om de chaos te bedwingen
Ooit begon het met het verhaal; ik herinner me opeens de plechtige woorden In den beginne was het woord, en het woord was bij God en het woord was God. Ik vraag Huub Oosterhuis of deze woorden kloppen, erg Bijbelvast ben ik niet; het blijkt het begin van Johannes te zijn. Ik weet dat talloos vele Schriftgeleerden en exegeten zich met deze regels hebben beziggehouden, maar voor mij betekent het dat het samenleven verhalen nodig heeft, dat de eerste ordening begint met verhalen over wie en waar we zijn en bij wie we horen. Dat de God, wie de scheppingskracht wordt toegekend, dit doet via het woord, via het verhaal. 'Alles waarmee we het doen, is verhaal,' is Oosterhuis' slotakkoord van ons gesprek over zijn bewerking van de Arthurlegenden en over de betekenis van verhalen. 'Alles is verhaal.' We leven in verhalen. En op mijn vraag waarom we volgens hem verhalen nodig hebben, is zijn antwoord zonder nadenken: 'Om onze verbeelding te ordenen, om de chaos te bedwingen.' (Brinkgreve. Vertel p. 96-97)

Oefenen voor een andere tijd
Breuken en transities vragen om verhalen. Dat geldt voor individuele levens, maar ook voor grotere verbanden als bedrijven en instellingen: ook die ondergaan transities zoals de overgang van meer hiërarchische structuren naar meer democratische, van kleinere eenheden naar grote agglomeraties of omgekeerd, van monoculturele organisaties (witte mannen) naar meer diversiteit (ook vrouwen en allochtonen). Dat gaat meestal niet vanzelf, vaak met hangen en wurgen, weerstanden en hardnekkige oude patronen, en dat betekent werk voor al die begeleiders van transitieprocessen, de coaches en managers die evenmin als de leidinggevenden nog kunnen aankomen met een blauwdruk uit de la. Het regime van bevelen en gehoorzamen werkt vaak niet meer goed, mensen moeten betrokken worden en gemotiveerd, en dat vereist iets anders dan orders van boven. Het brengt met zich mee dat mensen zich moeten uitspreken en naar elkaar luisteren, en dat zich geleidedijk iets ontwikkelt van een 'nieuw verhaal' over doel, profiel en manier van werken, waarvoor mensen zich willen inzetten. (Brinkgreve. Vertel p. 133-134)

Peter Sloterdijk's Sferen en Schuim
Ik was verrast te zien hoezeer deze sociologische benadering van het zelf terug te vinden is in het werk van de filosoof Sloterdijk, in zijn eerder genoemde Sferen, te lezen als een ontwikkelingsgeschiedenis en als tijdsdiagnose. Grondgedachte is dat mensen altijd leven in paren, als dividuen, die samen 'sferen' scheppen. Mensen kunnen niet zonder anderen, zonder sferen. Intieme sferen zoals tussen moeder en kind, in liefdesverhoudingen en vriendschappen, tussen leraar en leerling; maar ook met God, met doden, met imaginaire anderen. Naast dit bezielde kleinschalige verband, waarin mensen in 'bellen' leven, zijn er sferen op grotere schaal: de mensheid op de wereldbol, onder de hemel. En in deze tijd leven we in 'schuim', in subculturen: de eigen sferen in de moderne tijd. De Grieken hadden nog een beschermde kosmos, de middeleeuwers hadden Gods wereld. Veel moderne mensen wonen in een oneidig, onverschillig heelal, waarin harder gewerkt moet worden aan sfeervorming, waarin veel meer keuzes zijn in sfeertypen. Dat is Sloterdijks diagnose van deze tijd, de vrije, geëmancipeerde democratie, de 'affluent society.' (Brinkgreve. De ogen van de ander p. 113-114)
Mensen maken verhalen, verhalen maken mensen
Deze zin is afkomstig van Christien Brinkgreve. Het was een motto voor het hoofdstuk 'Een plaats in het verhaal' in Het verlangen naar gezag (uit 2012). En het overall motto voor haar recentste boek Vertel : over de kracht van verhalen. Hieronder de eerste regels uit hoofdstuk 5 uit Het verlangen naar gezag
Mensen hebben verhalen nodig. Verhalen kunnen betekenis geven en perspectief bieden. Ze kunnen thema's en lijnen in het eigen leven duidelijker maken, en mensen het gevoel geven deel uit te maken van een groter geheel. De eigen stem en het gedeeld veerhaal, en hoe individuele stemmen een gedeeld verhaal kunnen worden, en daarmee houvast bieden.
De grote gezaghebbende verhalen - religie, socialisme, liberalisme - hebben voor menigeen hun zeggingskracht verloren, maar er kunnen nieuwe verhalen ontwikkeld worden die gebaseerd zijn op de verhalen van de betrokkenen. Verhalen als fundament voor andere vormen van gezag. (Brinkgreve. Het verlangen naar gezag, p. 140)
Identiteit
Toen op maandag 12 juni Christien Brinkgreve in Utrecht afscheid nam van de universiteit liep in het cortège de Belgische hoogleraar Paul Verhaeghe mee. Niet verrassend want zij sprak tijdens de presentatie van zijn boek Identiteit én ze citeert deze psychoanalyticus in haar boeken. Twee verwante zielen die elk vanuit hun eigen achtergrond een zelfde kijk op onze huidige tijdgeest hebben. Beiden realiseren zich dat 'onze' verhalen en identiteit op een bepaalde manier 'op' zijn of diffuus zijn geworden. Tijd om op zoek te gaan naar een ander 'leidend' verhaal of identiteit. Niet zo zeer op individueel niveau, maar meer voor onze samenleving en tijd. Hieronder een lang citaat uit zijn boek
Familie verhalen liggen volledig ingebed in een ruimere cultuur en geschiedenis die zowel letterlijk als figuurlijk, inhoudelijk en formeel, onze identiteit nog verder bepalen. Het vormgevende aspect betreft het lichaam. Drie generaties geleden was een sportief iemand een man (zelden een vrouw) die naar het wielrennen of het voetbal ging kijken, met een pint in de hand en een sigaar in de mond. Vandaag gaan we allemaal naar de fitness, moeten mannen er als eeuwige adolescenten uitzien en vrouwen als anorexialijdsters met borsten. Toen was een vast baantje bij een overheidsinstelling zeer begeerd, nu kijkt men daarop neer en straks wordt het ongetwijfeld weer aantrekkelijk. Zowel ons uiterlijk als de bijbehorende innerlijke ervaring en de omgangsvormen zijn ten volle gedetermineerd door de boodschappen die we te horen krijgen. (Verhaeghe. Identiteit p. 26)
Die verhalen en beelden vanuit onze familie, de sociale klasse waartoe we behoren, de cultuur waarvan we deel uitmaken, allemaal vormen ze de symbolische orde, het Grote Verhaal, als verzamelnaam voor het narratief geheel dat door een ruimere groep gedeeld wordt, met als resultaat een min of meer gemeenschappelijke identiteit. Min of meer, want zodra je de groep vergroot of verkleint (familie, dorp, provincie, natie, etc.), verschuift de identiteit. Aan de basis ligt telkens een 'echt' gebeurd verhaal, waarvan de inbedding steeds vager en mythischer wordt. Zo zou de Nederlandse identiteit teruggaan op de stoere Bataven die weerstand boden aan de Romeinen, en de Vlaamse identiteit op de stedelijke gilden die in 1302 de Franse edellieden versloegen. Dat beide verhalen historisch onwaar zijn en vooral teruggaan op romantische fictie doet even geen afbreuk aan de kracht ervan, integendeel. Zulke verhalen zijn inderdaad vooral verhalen (de Leeuw van Vlaanderen, de jongens van Jan de Witt, etc.) die onze identiteit inkleuren. (Verhaeghe. Identiteit p. 27)


Identiteit of verhalen / verhalen én identiteit
Feitelijk hebben Christien Brinkgreve en Paul Verhaeghe het over hetzelfde. In onze sterk geïndividualiseerde, neoliberale samenleving zijn we 'iets' kwijtgeraakt. Noem het onze identiteit. Of 'ons' verhaal. Ze horen bij elkaar. Het een kan niet zonder de ander.

De Belgische psychiater Dirk De Wachter mengt zich ook in dit debat. Een zoektocht naar een ander verhaal. Sinds zijn Borderline times : het einde van de normaliteit (uit 2012) komt hij regelmatig in kranten of tijdschriften aan het woord. Zo ook in het zomernummer van De Groene Amsterdammer ('Zorgen voor iemand is goed voor jezelf'). Met als ondertitel: psychiater Dirk De Wachter over de Ander en verbondenheid in tijden van narcisme. Daaruit onderstaand citaat om aan te geven dat een nieuw verhaal 'in de lucht hangt' en dat een aantal verwante 'zielen' ongeveer weten waar het gezocht moet worden.
Hij is niet de enige die aan de noodrem trekt. Hij noemt het mondiale succes van Le capital au XXIe siècle van Thomas Piketty. Of het manifest Indignez-vous! van de Franse diplomaat Stéphane Hessel (1917-2013), die in 2010 opriep tot vreedzaam verzet tegen de groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk en de wijze waarop de welvaartsstaat wordt uitgekleed. Van het boekje werden er miljoenen verkocht, ook buiten Frankrijk. De Amerikaanse economen Paul Krugman en Joseph Stiglitz - ook zij wijzen op het systeem waarin wij vast zitten en waarvoor we psychisch de prijs betalen. 'Ik heb sterk het gevoel dat er iets aan het kantelen is, van onderop. Er is een onderstroom van jongeren die het anders willen.'
Maar hij gelooft niet in een groot omvattend ideologisch anker, eerder in een nieuwe ethiek op individueel niveau. 'De Duitse filosoof Peter Sloterdijk zegt: je moet je leven veranderen en dat vergt oefenen, oefenen, oefenen. Ik zeg, als psychiater: een verlangen niet meteen consumeren maar uitstellen. Niet je ongenoegens externaliseren en de schuld zoeken bij de ander: de Grieken, de Chinezen, de Marokkanen. Maar "de ander" toelaten en er een verbinding mee aangaan. Het doel van het leven is niet gelukkig zijn maar goed mens zijn. '

(donderdag 10 juli 2014)
Hans van Duijnhoven



dinsdag 27 mei 2014

Een prentenboek voor oefenaars


Seth Godin
Seth Godin is een Amerikaan, die door velen gemakshalve neergezet wordt als entrepreneur, marketing goeroe en beroeps optimist. Bovenal is hij iemand die zeer nauwgezet de ontwikkelingen in de samenleving volgt, daarover schrijft én op basis daarvan handelt. Zijn lijfspreuk is Go, make something happen. Sinds dertien jaar publiceert hij dagelijks (rond het middaguur) een miniblog. Iedereen kan er zich gratis op abonneren.

Hij schrijft erg kort. Dus kost het dagelijks lezen van zijn observaties niet veel tijd. Hij reikt wél vaak ideeën, gedachten, observaties en stellingen aan die tot nadenken aanzetten. Een interessante kerel. Die - in ieder geval - mijzelf al regelmatig op een bepaald (denk)spoor heeft gezet. Klik hier voor een artikel over zijn 5000e miniblog (juni 2013) (Seth Godin - The 5000th post ... and I still consider it a joy and a privilige.)

The Icarus deception : how high will you fly?
Seth Godin heeft de afgelopen twintig jaar verschillende boeken gepubliceerd. In die boeken verwerkt hij als het ware zijn miniblogs tot een consistent verhaal. Zijn stijl én de miniblogvorm is zeer aanwezig in die boeken. Kort. To the point. Geen lange uitweidingen. Veel korte paragrafen. Vlot geschreven. Weinig moeilijke woorden. In de loop van 2012 kondigde hij een een nieuw boek aan. Dat op 31 december 2012 verscheen. Hij blijft een marketing-man. Klik hier voor een filmpje om dat boek te promoten en de kern ervan kort neer te zetten.

Kernverhaal
Zoals de meeste schrijvers hamert hij vaak op hetzelfde aambeeld. Zijn kernverhaal is dat wij mensen onderhand moeten weten dat we in de 21e eeuw zijn beland en dat veel zekerheden van de 20e eeuw voorgoed voorbij zijn. Een leven dat voorspelbaar was: naar school gaan, een baan vinden, het  'geleerde kunstje' bij dezelfde baas tot je pensioen uitvoeren. Daarna een welvaartsvast pensioen. Birth school work death. Finito. In de 21e eeuw zullen we allemaal - of we het nu leuk vinden of niet - continue begeleid worden door onzekerheid. Niets ligt vast. Alles verandert. Continue. In een steeds sneller tempo. Aan de andere kant weet Seth Godin ook dat we in een tijd leven waarin iedereen met iedereen verbonden is; of kan zijn. The connection economy. Waardoor er oneindig veel mogelijkheden zijn om met anderen iets tot stand te brengen.

Iedereen wordt kunstenaar
Het centrale punt in zijn laatste boek (The Icarus Deception) is dat wij in de 21e eeuw allemaal als een (soort) kunstenaar door het leven zullen (moeten) gaan. Niet dat we allemaal schilderijen, films of beeldhouwwerken gaan maken. Integendeel. In onze eeuw zullen we allemaal 'veroordeeld' zijn om doorlopend nieuwe 'dingen' of verbindingen tot stand te brengen. Ieder binnen zijn of haar omgeving. Vanuit zijn of haar passie of 'iets' waar je goed in bent (geworden). De tijd dat je veertig jaar lang bij een baas steeds hetzelfde deed is voorbij. Alles wat een hoog repetitief gehalte heeft wordt geautomatiseerd, verplaatst naar lage lonen landen of overgenomen door robots en/of zelflerende systemen. In de 21e eeuw zal elke werknemer zich doorlopend dienen aan te passen aan veranderende omstandigheden en 'iets' tot stand brengen wat uniek is. Zo niet, dan is het einde oefening.


"Doe maar (niet) gewoon"
Over die wereld gaat The Icarus Deception. Icarus was zoals bekend de zoon van Daedelus, die met zijn kunstvleugels té hoog vloog. En omdat de was die hij had gebruikt om zijn vleugels aan zijn lichaam te bevestigen hoog in de lucht  smolt, donderde hij naar beneden en verdronk in de zee. Zijn vader had hem weliswaar gewaarschuwd, maar als onstuimige jongeman had hij dat advies natuurlijk (!) genegeerd. In de 20e eeuw is - in het verhaal van Seth Godin - bijna iedereen doordrenkt met dat advies van die vader. "Vlieg niet té hoog!". Maar ook "Vlieg niet té laag, want dan zal het water je vleugels zwaar maken en val je ook naar beneden". In de 20e eeuw luisterden 'de mensen' naar die raad. Doe maar gewoon. Gemiddeld. Onderscheid je niet te veel van anderen. Luister naar de baas. Dan komt het allemaal goed. En, verhip, in de 20e eeuw werkte dat advies ook. Boven ons gestelden (de regering, de 'baas', de kerk, de vakbond) wisten ongeveer wel wat goed voor ons was. En na de tweede Wereldoorlog kreeg iedereen het in die samenleving door allerlei ontwikkelingen (die van bovenaf werden aangezwengeld) ook steeds beter.
Helaas is dat feestje voorbij en werkt het niet meer. In onze 21e eeuw heerst onzekerheid. En weten die boven ons gestelden - ondanks alle retoriek - het ook niet meer. Veel mensen zijn op zichzelf teruggeworpen en worden geacht 'het' zelf uit te zoeken.

Creativiteit
The Icarus Deception en andere boeken van Seth Godin gaan vooral over dit fenomeen. Wat is creativiteit. En hoe kun je 'organiseren' dat het ontstaat. Seth weet als geen ander dat je dit juist niet kunt organiseren. Je kunt alleen de omstandigheden in de samenleving of je eigen omgeving zodanig 'regelen' dat mensen creatief worden of zijn. Per definitie is het - in de ogen van Seth Godin - een kwetsbaar proces. Lastig. Moeilijkheden liggen op je pad. Onzekerheid of 'iets' gaat lukken. Maar aan de andere kant is het juist óók de manier om gelukkig te worden. Je bent immers iets aan het doen wat bij je past. Waardoor je af en toe als het ware in een flow terecht komt. De tijd vergeet. Je lekker bezig bent. En af en toe heb je iets te vieren: een ding gemaakt, project tot stand gebracht, mensen en/of ideeën met elkaar verbonden. Feest. Maar niet té lang, want morgen moet er weer iets nieuws bedacht, gecreëerd worden. "Fijn!"

Hugh Macleod
Op zeker moment heeft Seth Godin tijdens het schrijven van zijn (tot nu toe belangrijkste) boek besloten om er een soort spin off van te maken. Kort en krachtig onder woorden brengen met welke zaken mensen die creatief bezig zijn zoal te maken krijgen. Positieve en negatieve. Uiteindelijk heeft hij die tekst neergelegd in een oude vorm: een A-Z lijstje. Bekend van trouwpartijen en zo. Die ultra korte tekst heeft hij voorgelegd aan cartoonist Hugh MacLeod. Die in de Verenigde Staten redelijk bekend is. Vooral ook door zijn boeken over creativiteit en het runnen van een bedrijf. Een kernzin op zijn website (Gaping void) is: Business transformation through art.





Een A-Z voor oefenaars: V is for Vulnerable
De titel van het boek is V is for Vulnerable ("de V staat voor Kwetsbaar"). Ondertitel: Life Outside the Comfort Zone ("Leven buiten de comfort zone"). Titel en ondertitel verwijzen niet alleen naar mensen die creatief bezig zijn, maar óók naar mensen die - om met ons jaarthema te spreken - bezig zijn met Oefenen voor een andere tijd. Een tijd waarin "andere" dingen tot stand zullen worden gebracht. Unieke dingen. Creatieve dingen. Hieronder een poging alle 26 letters van Seth Godin zodanig neer te zetten dat u begrijpt waarom iedereen die aan het oefenen is steun zou kunnen vinden in dit 'verhaal'.

Initiative
De A van Anxiety
Elk nieuw idee of plan dat je bedenkt, én waar je op een gegeven moment werk van zou willen gaan maken levert angst op. Onrust. Slapeloze nachten. "Kan ik het wel?" "Gaat het lukken?" "Waarom zou ik mezelf aandoen?" Dit soort gedachten. ANXIETY is experiencing failure in advance. Kan ik het wel?!

Maar genoeg, een andere volgorde!
Elk nieuw idee begint met iemand. Die op zeker moment een idee krijgt of heeft. En - dat is wel cruciaal - er iets mee gaat doen. Hij (of zij, maar in de rest van dit verhaal gaat het om een hem) neemt het initiatief om iets te beginnen. Op te starten. Te entameren. Hij spreekt zich in een groep mensen uit. Presenteert zijn plan. In de hoop dat er volgers zullen komen. INIATIAVE is the privilige of picking yourself. Je krijgt het niet. Nee, je neemt het. Je wacht niet - zoals in de 20e eeuw - totdat iemand (maar vaak 'de baas') jou aanwijst en je de opdracht geeft iets nieuws op te starten. Meestal werd toen ook 'hét' draaiboek meegegeven. "Voer dit maar braaf uit, dan lukt het wel!"

Commitment
Je neemt dit initiatief vooral omdat je betrokken bent bij het 'ding' dat je wil gaan doen. Die betrokkenheid, of passie, of wil om door te gaan heb je hard nodig. Om, zoals Seth dat beschrijft én Hugh Macleod tekent, de gigantische berg (werk, én 'gedoe') die voor je ligt te kunnen beklimmen. Met een 'normale' negen tot vijf-mentaliteit gaat dat niet lukken. Het moet uit je tenen komen. Er moet een innerlijk vuur branden. Dit (wat ik wil) moet tot stand komen. Links- of rechtsom. COMMITMENT is the only thing that gets you through the chasm. Chasm is zeg maar een berg. Door die commitment kom je van een idee tot het moment dat je kunt zeggen: "It's done". Zo'n passie of betrokkenheid is voor jezelf wel lastig én gevaarlijk, want je zadelt je zelf met een hoop werk en 'gedoe' op. En steeds loop je de kans dat je faalt. De eindstreep niet haalt.

No
In de opstartfase van jouw idee of plan ervaar je vaak wat Godin onder het woord NO neerzet. NO feels safe, while yes is dangerous. Het is veel eenvoudiger om nee te zeggen. "Nee, ik heb geen tijd". En degene die zich er op jouw vraag om mee te helpen zo vanaf helpt zit altijd safe. Zal nooit een fout maken. Hoeft later nooit op te biechten dat dingen anders liepen als gedacht. Dat het project is mislukt.

Bij de letter T (van Tether) benadrukt Seth dit laatste aspect. Een tether is een veiligheidskoord, dat trapezewerkers in een circus gebruiken. Om te voorkomen dat als je valt, je te pletter slaat. Maar Seth formuleert het nóg nadrukkelijker. En met humor. Hij introduceert de bekende Flying Wallandas, die in hun tijd zonder tether werkten. Onder het motto: "If we fall, we die."
Tether
TETHER is the safety cable you refuse to fall. Art feels fatal, because art makes us vulnerable. Iedereen die iets nieuws, unieks aan het maken is stelt zich kwetsbaar op. Alom staan er mensen klaar om je op de minste of geringste fout of omissie te wijzen. Terwijl ze zelf 'lekker' als (twintigste eeuwse) 'stuurlui' aan de wal blijven staan. Verder loopt het in dit soort processen altijd anders dan je had verwacht. Niet erg, hoort bij het proces. Maar soms mislukt een initiatief ondanks alle betrokkenheid en inzet. En dan val je hard. Zonder die tether.

Birl
Onder de B staat een woord waarvoor een woordenboek nodig is: BIRL. Maar als je het plaatje van MacLeod ziet dan weet je het meteen: balanceren op een boomstammetje dat op de rivier drijft. Je zelf overeind houden. Balanceren op het scherpst van de snede. BIRL that log. Find your balance by losing it, and commit to feet in motion until you're birling and the log is spinning. Die 'log' is natuurlijk een boomstammetje, maar kun je ook zien als het project waar je mee bezig bent. Het wordt pas een succes als je nadat je het traject hebt opgestart er mee bezig blijft. Aan de andere kant is het voor omstanders leuk om iemand bezig te zien die in een creatief proces zit ("That's why birling is worth watching"). De kans dat die man op die boomstam in het water terecht komt is steeds aanwezig. Het is vermakelijk om hem te zien 'birlen'.

Dance
Aan de andere kant weet elke 'oefenaar' ook dat je het niet té zwaar moet inzien. Die tegenslagen en zo. Meestal is het een leuk proces. Seth Godin beschrijft deze houding zo: DANCE with fear. Dance with done. Dance with the resistance. Dance with each other. Dance with art. Spreekt voor zich.

Tijdens het proces krijg je FEEDBACK. Maar die heeft twee kanten. Vaak zijn er mensen die jouw prachtige idee met hun feedback tot de grond toe afbranden. Kleiner maken. Zodanig aanpassen dat er van hét idee niet veel overblijft. Use feedback to make your work smaller, safer, and more likely to please everyone (and fail in the long run). Seth Godin bepleit natuurlijk het tegendeel. Gebruik feedback als hefboom om jouw idee nóg beter te maken en degene die feedback geven mee te nemen op jouw 'reis'. De gedachte achter dit woord doet sterk denken aan bibliothecarissen die zich op het standpunt stellen dat zij een collectie samenstellen en/of activiteiten organiseren die aansluiten bij 'de wens' van hun publiek. Dit zogenaamde retaildenken staat haaks op onze 21e eeuw en wat daarin nodig is.

Knife
Onder de letter K presenteert Godin een KNIFE. Een mes met een scherpe rand. Die de creatieve geest in kwestie resoluut hanteert. Om van zijn idee flinke stukken af te snijden. Om het beter te maken. Scherper. Rücksichtlos. Kill your darlings. Niet gemakkelijk, maar het moet. Het is niet slim om dit met een bot mes te doen. Hij zegt het zo: To take the edge off, to back off, to play it safe, to smooth it out, to please the uninterested masses - it's not what the knife is for. Grappig en bijzonder dat dit soort zinnen door een marketingman worden gebezigd. De gemiddelde marketeer is juist volop bezig om 'alles' smoother te maken. Aantrekkelijk voor de grote massa. Godin wéét dat dit juist níet moet gebeuren. Kunst (art) moet schrijnen. Tegen de gevestigde orde ingaan. Elk initiatief dat leidt tot een slap eindproduct of dienst is in zijn ogen geen kunst.

Effort
Onder de letter E staat het woord EFFORT (inspanning). Maar daar gaat het in dit proces helemaal niet om. Nee, het allerbelangrijkste is dat je eindproduct effect sorteert. Een verschil maakt. Het mensen raakt. Iets nieuws toevoegt. EFFORT isn't the point, impact is. Vertaal je impact door effect dan kan de letter E intact blijven. Bij de K van Knife lukt dat niet. Mes begint écht met een M. Het gaat kortom niet om de hoeveelheid tijd en geld die je er in steekt of hebt gestoken. Als jouw eindproduct niets teweegbrengt dan is alle moeite vergeefs (geweest). If you solve the problem in three sceonds but have the guts to share it with me, it's still art. Al heb je tienduizend pond graniet verplaatst en het raakt niemand. Jammer voor jou.

More
In dit verband is de letter M van MORE ook belangrijk. Meer is niet altijd beter. Of goed. Integendeel. Het gaat ook niet per definitie om minder. Nee, MORE is not the goal of the artist. Better is the artist's dream. En als dit betekent dat het groter, breder, omvangrijker moet worden. So be it. Wat is het doel van je inspanningen? Better connection is the point of the work. More stuff leads to a world of scarcity, while better creates abundance. Een doordenkertje. Een soort aforisme. Meer stuff leidt tot een wereld vol schaarste, terwijl beter een wereld van overvloed tot stand brengt. Lees in dit verband boeken als Hoeveel is genoeg? of  Genoeg : meer geluk met minder of Brandwashed.

Remix
Veel mensen vragen zich terecht af of zij ook als kunstenaar door het leven moeten of kunnen gaan. "Kunstenaar, ik?!" Onder de letter R dist hij een groot aantal woorden op die met een r beginnen. Woorden die duidelijk maken dat een groot deel van het kunst-bestaan te maken heeft met het hergebruiken van 'dingen' die elk van ons in zijn leven heeft opgedaan. REMIX, reuse (hergebruik), respect, recycle, revisit (opnieuw bezoeken), reclaim (terugeisen), revere (omdraaien), resorb (opslorpen). Art doesn't repeat itzelf, but it rhymes. Seth heeft gevoel voor humor; en heeft stijl.
De kunst is om nieuwe connecties tussen door jou opgedane elementen (zeg: legosteentjes) te maken. Verrassende, nieuwe verbindingen. Die aanslaan bij degenen voor wie je het doet. Het moge duidelijk zijn dat iemand met weinig steentjes (in zijn hoofd) minder nieuws tot stand kan brengen, dan iemand die doorlopend nieuwe (onbekende) steentjes tot zich laat komen. En dan gaat remixen.

Xebec
De letter X sluit hier bij aan. Het is een niet bestaand begrip: XEBEC. Dat is volgens Seth een piratenschip. Artist pirates steal in order to remix and then give back.

Onder die andere moeilijke letter (de Q) schaart hij het begrip QUALITY. En merkt daar over op dat het evenals Feedback als een soort val kan werken. Té veel focussen op kwaliteit kan ten koste gaan van waar het echt om gaat, er toe doet. Impact hebben. Zorgen dat er iets verandert. Té veel blijven hangen in het proces om je product of dienst nóg beter te maken gaat (als je niet op past) ten koste van die impact. Quality of a performance is a given, it's not the point.

Waar gaat het uiteindelijk om:  je kunt van alles maken. De mooiste dingen,  verrassende oplossingen. Als je het niet loslaat en aan de samenleving 'schenkt' dan is het in the end toch een zinloze exercitie. Seth merkt op: it is your chance to create imbalance, which leads to connection. To share your art is a requirement of making it.

Zabaglione
Hij sluit zijn boek af met de Z.  ZABAGLIONE is a delightful Italian dessert. Stijf geslagen eiwit met een scheutje likeur. Het is verrukkelijk. Ook machtig. En omdat elke portie zabaglione die je klopt er anders uitziet, én smaakt noemt Seth Godin juist dít toetje. Soms mislukt het en ontstaat er geen schuim of zakt het heel snel in. Zabaglione is wat uiteindelijk elk creatief persoon maakt. Het eindresultaat is nooit hetzelfde. En soms mislukken je 'kunststukjes'. Maar als het lukt dan is het lekker. Goed. Mooi. Zinvol. Voegt het iets toe aan het leven van degene die het ontvangt of ervaart. Hij eindigt deze letter én zijn boek met: And then you have to (get to) make another batch. En de suggestie is dat je dat helemaal niet erg vindt, want je bent graag met iets zinvols bezig.

In wezen is dit de kern van zijn verhaal. Wees blij dat je kunst mag (beter: moet) maken. Het gaat gepaard met een hoop gedoe, maar meestal is het een leuk proces. Waarin je met jouw talenten nieuwe dingen tot stand kunt brengen. Voor anderen. Sta je in contact met de wereld.

Lonely
Nog enkele letters
Voor de letter L heeft hij het woord LONELY bedacht en samen met Hugh MacLeod heeft hij dat prachtig grafisch in beeld gebracht. Alhoewel de kunstenaar tijdens het ontstaansproces van zijn 'ding' vaak alleen staat, gaat het uiteindelijk toch om het bereiken van anderen. Dus gebruikt Seth in zijn 'verhaaltje' bij de L de letters LMNO. L is for Lonely, because everyone is, and the artist does the endless work of helping us conquer that loneliness.

Onder de O staat een grapje. Hij voert de Amerikaanse dirigent Ben Zander die tijdens het pianospelen vaak slechts op één bil zit. Kijk eens naar zijn TED-talk: The transformative power of classical music en zie hoe hij dit af en toe doet. Helemaal opgaand in zijn verhaal. Alles om zich heen vergetend. ONE-BUTTOCK playing is what Ben Zander would have you do. To play the piano and mean it.

Pain
Onder de U staat de UMBRELLA. Die (grapje van Seth) de kunstenaar juist niet gebruikt. Waarom? Omdat hij begrijpt dat het juist belangrijk is dat je af en toe nat wordt. Sterker: daar gaat het om. In jouw proces dat leidt tot het ontstaan van iets nieuws kom je af en toe tegenslagen tegen. MOET je tegen vervelende dingen aanlopen. Getting wet is the entire point.

Shame
Heroes

Hier sluit de P van PAIN uiteraard op aan, want het is the truth of art. Art is not a hobby or a pastime. It is the result of an internal battle royal, one between the quest for safety and the desire to matter. Misschien is dat wel dé korte samenvatting van ieder mens die zijn nek uitsteekt.

Een vriendje van pijn is SHAME en volgens Seth de keerzijde van kwetsbaar (vulnerable). Elke kunstenaar schaamt zich af toe en vooral voor zichzelf. Wat hij aan het bedenken is. Zullen mensen me niet zien als een charlatan. Hij zegt het zo: We avoid opening ourselves to the connection art brings because we fear that we will finally be seen as the fraud we are.
Iedereen die met iets nieuws aan de gang gaat, en met zijn idee naar buiten treedt stelt zich kwetsbaar op. Open voor kritiek. Suggesties. Vraagt om feedback, maar zoals al gezegd dat kan positief en negatief uitwerken. VULNERABLE is the only way we can feel when we truly share the art we've made.

Elke vernieuwer weet dat zijn product of dienst (zijn kunst) geleverd wordt zonder WARRANTY, een garantiebewijs. De praktijk zal uit moeten wijzen of het 'ding' gaat werken. Your art might not work and your career might not work either. If it doesn't work today, it might not work tomorrow either. But our practice is to persist until it does.

Joy
Elke kunstenaar is uiteindelijk een held. HEROES  are people who take risks for the right reason. Real art is a heroic act. Deze zinnen brengen de definitie van sir Ken Robinson naar boven. Een Engelsman in de United States die zijn hele leven nagedacht heeft over het belang van creativiteit. Creativity is the proces of having original ideas, that have value. Het stukje achter de komma ("that have value") is het belangrijkste deel van het creatieve proces. Alleen als jouw kunst er toe doet (en niet alleen slechts "leuk" of "mooi" of "aardig") dan is het kunst. Seth noemt het dat échte kunst "a heroic act" is.
Aan de andere kant lopen er ook veel mensen rond die doen alsof ze kunst maken. Kunstenaar zijn: Hipsters, on the other hand, are pretenders who haven't risked a thing but like to play the part.

De voorlaatste letter die ik hier naar voren wil halen is de Y van YOUTH. Kunst wordt niet gemaakt door jeugdige mensen, maar je dient wel iets van een jonge hond mentaliteit te (blijven) bezitten. YOUTH isn't a  number, it's an attitude. () it's a choice, open to anyone willing to trade pain in exhange for magic. Elke kunstenaar krijgt iets terug van zijn inspanningen. Bij deze letter noemt hij het 'magic'.

De laatste letter in dit door elkaar gehusselde Seth Godin-alfabet is de J van JOY. Het plezier dat je krijgt door met iets zinvols bezig te zijn. Iets tot stand te brengen. JOY is different from pleasure or fun. Joy is the satisfaction of connection, the well-earned emotion you deserve after shipping art that made a difference.

Waarom dit prentenboek naverteld?
Op zondag 25 mei 2014 organiseerden de culturele instellingen in Oss het Cultureel Uitje Oss. Voor de eerste keer. Maar feitelijk was  het onder een nieuwe naam een oude manier van de schouwburg, museum, stadsarchief , creatief centrum én bibliotheek om op een dag in het voorjaar het publiek een dwarsdoorsnede van haar activiteiten te laten zien. Een remix, reshuffelle. Wandelen, snuffelen, ervaren, meedoen, informeren en her en der een hapje en een drankje. Een geslaagde dag. Ook door het perfecte flaneerweer.

De bibliotheek had zich voorgenomen 'iets' te doen rondom het jaarthema Oefenen voor een andere tijd. Dus stonden er buiten op het grasveld verschillende bedrijven, instellingen en organisaties die op hun manier bezig zijn met die 'andere tijd'. In de bibliotheek konden mensen aanschuiven bij korte lezingen en workshops. De belangstelling daarvoor was niet groot. Buiten zijn was té verleidelijk.  Daar heerste een aangename sfeer.

Een prentenboek
Namens de bibliotheek hield ik  twee 'verhalen'. Wat is Oefenen voor een andere tijd. En waarom bedenkt de bieb zo'n thema? Organiseert ze zo'n markt? In de eerste lezing ging ik vooral op die aspecten in. Tijdens de voorbereiding daarvan bedacht ik dat een in begin 2013 verschenen prentenboek in feite hetzelfde verhaal bevatte. Alleen op een heel andere manier. Dus gebruikte ik dat prentenboek in de tweede sessie om hetzelfde verhaal (over dat oefenen) anders te vertellen. Met dank aan schrijver en illustrator. Lekker aan het remixen.

Klik hier voor een artikel op Brainpickings: Seth Godin on Vulnerability, Creative Courage, and How to Dance with the Fear: A Children’s Book for Grownups (mei 2014)

(maandag 26 mei 2014)
Hans van Duijnhoven

zondag 25 mei 2014

Zaaier

Op dinsdag 25 februari 2014 sprak hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans voor een bijna volle zaal in theater Markant in Uden. Het eerste 'kantelcollege' in de regio Noord Oost Brabant. Na afloop van die bijeenkomst schreef ik de dag er na een lang artikel over zijn spreekbeurt onder de titel Een zadenkoopman in Uden. Ruim drie maanden later sta ik nog steeds achter de inhoud en teneur van het artikel, alleen is het woord zadenkoopman ietwat oneerbiedig. Ongelukkig. Iets té zwaar aangezet. En feitelijk ook niet correct. Hij koopt niets op. Noch verkoopt hij iets.

Wat ik wilde aangeven was dat Jan Rotmans die avond in die zaal met ruim 650 mensen veel informatie aanreikte om anders naar onze sterk veranderende samenleving te kunnen kijken. Elk brokje info zou je als een zaadje kunnen beschouwen. Hij was die avond vooral een zaaier. Die zijn gedachten over onze huidige tijd en samenleving over de zaal uitstrooide. In de hoop dat dit of dat zaadje bij of in de aanwezigen zou (gaan) ontkiemen. Rotmans is weliswaar een wetenschapper, maar evengoed iemand die wel degelijk wil dat er in onze maatschappij dingen gaan veranderen. Hij noemt zich zelf professor, progressor, friskijker en dwarsdenker.

Hij weet waarschijnlijk ook dat sommige opmerkingen van hem wrevel opwekken. Hij schopt tegen het zere been. Van mensen. Belangengroepen. Politici. Cynici. Pessimisten. Hij weet ook dat hij niet zo maar wat roept. Dat soms mensen, die ietwat sceptisch of vijandig tegenover zijn gedachten staan,  op zeker moment toch zullen moeten toegeven dat er wellicht 'iets' inzit. Voilá: het zaad van de twijfel. Jan Rotmans preekt niet alleen voor eigen parochie. Nee, overal zitten mensen die nog niet overtuigd zijn van zijn stellingen en de manier waarop hij de samenleving zou willen veranderen.

Een andere wetenschapper, oud-econoom Henk van Tuinen, wil dat er een 'Ontplooiingsfonds' komt om met geld dat daaruit vrij komt mensen te voeden met de dilemma's waar we voor staan. Op een andere manier gaat het hier ook over zaad, zaaien en zaaiers. 

(zondag 25 mei 2014)
Hans van Duijnhoven

Homepage Beelden, quotes en ideeën